 |
| Omschrijving: Er was een bruiloft in Kana. Ook Jezus en Maria waren daar. |
 |
| Omschrijving: Na een tijdje was de wijn op! |
 |
| Omschrijving: Wat nu? Jezus vindt het nog geen tijd voor wonderen. |
 |
| Omschrijving: Toch zegt Jezus tegen de bedienden: vul de kannen met water! |
 |
| Omschrijving: De bedienden vulden alle kannen. |
 |
| Omschrijving: Nadat het water is ingeschonken, is het wijn geworden! |
 |
| Omschrijving: De leider van het feest proeft de wijn; verrukelijk!!! |
 |
| Omschrijving: De lekkerste wijn is tot het laatst bewaard, wat een feest! |