Menu

Onlangs was ik bij de pilot ‘Deel je leven’. Een initiatief van Praktijkcentrum, Diaconaal Steunpunt, CGJO en NGK-Jeugdwerk. Een avond voor diakenen en jeugdleiders over het verbinden van jeugd en diaconaat.

Waarom zou je jeugd en diaconaat willen verbinden?

Dat werd tijdens de bijeenkomst al snel duidelijk door het verhaal van Eva. Zij vertelde over de diaconale jongerenreis waarvan zij deel uitmaakte. Ze vertelde niet alleen over wat ze daar gedaan hebben, maar ook wat het met haarzelf heeft gedaan. Ze vertelde over hoe de reis haar als persoon had gevormd, maar ook hoe voor haar het besef ontstond dat God ook echt bestaat. De jeugdouderlingen die aanwezig waren beaamden dit direct. Van stil en verlegen meisje was Eva veranderd in een jonge vrouw die haar verhaal vertelde voor een groep van 20 volwassenen. Indrukwekkend wat een diaconaal project kan betekenen voor jongeren!

Tijdens de avond werd ook een onderzoek genoemd over wat redenen zijn voor jongeren om aan te haken bij geloof en kerk. Uit het onderzoek kwamen 6 principes die zij terug zagen in gemeenten die bovengemiddeld jongeren aan zich weet te binden. Eén van die principes is: ‘Wees een goede buur’. Jongeren worden aangetrokken door gemeenten die zichtbaar hun naasten liefhebben en dienen. Hier ligt dus een grote kans. En tegelijkertijd is het goed om te zeggen dat dit niet het enige is wat ze nodig hebben. Elk van de 6 principes is belangrijk. Je kunt heel veel diaconaat doen als gemeente en jongeren daarbij betrekken, maar wanneer je bijvoorbeeld geen warme gemeenschap bent die jongeren met open armen ontvangt, dan zullen de jongeren alsnog afhaken. Lees hier meer over het onderzoek en de 6 principes.

Wat gaat er toch mis?
Het is prachtig dat we de waarde zien van het verbinden van diaconaat en jongeren, maar toch blijkt het in de praktijk niet gemakkelijk te zijn. Wanneer je probeert jongeren diaconaal actief te krijgen, loop je al snel tegen allerlei hobbels. Jongeren hebben het druk. Ze hebben zelf vaak geen idee wat ze kunnen of willen. Ze lijken niet geïnteresseerd. En dat geldt misschien ook voor heel wat volwassen gemeenteleden.
Deze avond zette mij hierover aan het denken en ik deel graag een aantal ideeën / eye-openers met jullie.

Delen moet je zichtbaar voorleven
Het is bekend dat rolmodellen ontzettend belangrijk zijn in geloofsoverdracht. Ouders zijn daarbij de grootste rolmodellen voor kinderen. Het kind ziet dagelijks wat het geloof in Jezus doet met keuzes en houding van hun ouders naar anderen. Maar zien kinderen en jongeren hun eigen ouders en andere volwassenen actief worden voor hun naaste? En als we als ouders dat wel doen, communiceren we naar onze kinderen dat we dit doen door ons geloof in Jezus Christus? Of is het een ‘goed doen’ wat ze ook bij vele anderen zien, die niet geloven in God?
Bovendien zie ik in veel kerken dat het diaconaat een ondergrondse beweging lijkt te zijn. Er wordt verschrikkelijk veel gedaan (vaak wordt er ook veel gedaan door een enkeling), maar dit gebeurt over het algemeen buiten het zicht van de rest van de gemeente. Het diaconaat lijkt dan te zijn uitbesteed, in plaats van een opdracht voor alle gelovigen.
Wanneer we willen dat onze kinderen en jongeren een diaconale levenshouding krijgen zullen wij als volwassenen die houding ook zichtbaar moeten voorleven.

Dit is best ingewikkeld. We willen niet op onze borst slaan en zeggen: ‘Moet eens kijken hoe goed wij bezig zijn’. Bescheidenheid hoort bij de vorm van dienen die Jezus ons voorleeft. En bovendien gaat het vaak om situaties die gevoelig liggen en die je niet zomaar even openbaar deelt. Toch zullen we als kerken moeten zoeken naar manieren hoe we voor onze kinderen en jongeren zichtbaar maken wat we vanuit de liefde van God voor onze naasten doen.

Voor mij betekent dit concreet dat ik gemeenten zou willen adviseren: als je diaconale activiteiten organiseert, zorg ervoor dat hierbij zowel ouders als hun kinderen betrokken zijn.
Kijk naar wat je nu al doet met kinderen rond diaconaat en zorg dat je hun ouders hierbij betrekt. Doe dit ook bij de diaconale activiteiten gericht op volwassenen. Hoe kun je hier de kinderen bij betrekken?

Er zijn ook prachtige voorbeelden van hoe je diaconaat zichtbaarder kunt maken. Zo hoorde ik eerder deze week van een gemeente die een mooie schaal op het liturgisch centrum hadden staan waar de opbrengst van een collecte in werd bewaard. Als gemeentelid mag je geld uit de schaal halen als je het nodig had voor een ander. Dan legde je vervolgens een briefje in de schaal waarop stond wat je eruit had gehaald en waarvoor: Een fiets voor een asielzoeker, een uitje voor de eenzame oudere uit de straat, een jas voor een dakloze die een gemeentelid tegen kwam. De week erna werd dan verteld wat er uit de schaal is gehaald en waarom. Vervolgens wordt er gevraagd of het bedrag weer aangevuld kan worden. Een prachtig voorbeeld van het zichtbaar maken van diaconaat in de gemeente!

Met ontferming bewogen, brengt ons in beweging
Tijdens de avond vertelde een jeugdwerker over de frustraties van het in beweging brengen van de tieners voor hun naaste. Voor mij (en waarschijnlijk velen met mij) erg herkenbaar.
Dit triggerde bij mij iets en in mijn gedachte kwam dit Bijbelgedeelte naar boven: ‘Hij werd innerlijk met ontferming bewogen’. In de Bijbel kom je dit zinnetje vaker tegen. Jezus keek naar een menigte of een persoon en werd innerlijk met ontferming bewogen en komt daarna in actie. Hij werd geraakt door de vermoeidheid die hij zag bij de mensen (Matheus 9:36), de ziekten en pijn waar mensen onder gebukt gingen (Mattheus 14:14), de honger die de mensen hadden (Mattheus 15:32), het verdriet van een moeder die haar kind had verloren (Lukas 7:13). Hij werd geraakt en genas mensen, gaf ze te eten en bracht andere ‘werkers’ in beweging.

Ik denk dat dit een cruciaal punt is als het gaat om in beweging komen voor onze naaste. Kunnen wij met de ogen van Jezus naar de wereld kijken? Waar wordt Hij door geraakt en wat raakt ons? Wellicht moet hier het accent liggen bij jeugddiaconaat? Het bewust faciliteren van contact, zodat je in de confrontatie met ‘nood’ ontdekt wat jou raakt en in beweging zet.

Organiseer dus die diaconale reis. Ga met de jongeren op visite bij een AZC. Neem je jongeren mee naar de Voedselbank. Organiseer een gesprek tussen ouderen en jongeren in het verzorgingstehuis. Niet met het idee van ‘aapjes kijken’, maar daadwerkelijk de ander leren kennen en te zien waar de ander mee worstelt in het leven. En wanneer je dan aan jongeren vraagt wat zullen we voor de ouderen doen, vermoed ik dat er dan meer uit komt. Want dan weten de jongeren dat het gaat om mevrouw de Jong die nauwelijks bezoek krijgt, of meneer Bakker die geniet van een potje schaken. En dan zijn jongeren vaak gul in het geven van hun tijd, energie en creativiteit.

Dat zie je bijvoorbeeld aan Eva. Geraakt door de reis met anderen en de ontmoeting met mensen in armoede. Daar zelfs zo enthousiast van zijn dat ze bereid was een avond op te offeren om haar verhaal met ons te delen. Zo wordt diaconaat een beweging van dienen, delen, doen én doorgeven.

Heb jij nog mooie voorbeelden of ideeën? Deel ze met ons!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teamleden van NGK Jeugdwerk