Menu

Joost kwam drie jaar geleden voor het eerst met een vriend mee voor een Nacht Zonder Dak, een diaconale jeugdactiviteit. Nu is Joost één van de vaste wekelijkse bezoekers van de kerkclub op vrijdagavond. Daarnaast heeft hij de laatste tijd een paar keer een kerkdienst bezocht en heeft hij meegedaan aan een catecheseproject over Pasen. Hoe ziet hij het evangelie en de kerk?

Joost (20 jaar) studeert werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit. Hij denkt veel over dingen na en vindt het belangrijk dat er in relaties een sfeer van vertrouwen is. Dus toen ik hem benaderde voor een gesprek was zijn eerste vraag aan mij: ‘Waar moet ik dan aan denken?’ Ik heb het onderwerp van gesprek naar hem toe verwoord als: wat vind jij belangrijk in het leven en wat merken anderen daarvan? Aan het begin van het gesprek beantwoordde hij mijn vraag met: ‘Het anderen naar de zin maken.’

Oordelen
De sterke wil om het anderen naar de zin te maken uit zich bij Joost in eerste instantie vooral in de manier waarop hij naar anderen kijkt. Hij probeert vrijuit naar iedereen te kijken, zonder te (ver)oordelen. Joost is erachter gekomen dat iedereen wel iets goeds in zich heeft. Hij geeft het voorbeeld van een klasgenoot die altijd maar stoer deed en vaak niet zo lekker in de groep lag. Toen Joost in een vertrouwde een-op-eensituatie met hem in gesprek ging, bleek dat de stoerheid van zijn klasgenoot gewoon een masker was. Met zijn stoerheid verhulde hij de onzekerheid waar hij in een groep last van had.
Ik zie hierin weer een bevestiging van hoe bepalend groepsdruk kan zijn voor het gedrag van iemand. Achter de oppervlakte van wat iemand zegt of doet, gaat vaak een wereld van gevoelens en gedachten schuil. Veroordeel anderen daarom niet te snel. Ook Joost benadrukt dat: ‘Uiteindelijk wil iedereen gelukkig zijn. Als je een ander daarbij kunt helpen, waarom zou je dat dan niet doen?’

Discipline
Hiermee komt het gesprek op één van de drijvende motivaties van Joost. Voor hem komt het aan op discipline. Niet alleen in het helpen van anderen, maar ook voor hemzelf is het belangrijk dat hij bewust zijn eigen motivatie volgt. ‘Ik doe niet iets omdat anderen vinden dat ik het moet doen, ik trek mijn eigen plan’, zo omschrijft Joost zijn zelfdiscipline. Dus als hij een muziekstuk wil instuderen, dan gaat hij daar vanuit zijn eigen motivatie dubbel zo hard voor oefenen. Als hij zijn tennistechniek wil verbeteren, dan gaat hij meer trainen. En als hij de mogelijkheid heeft een ander te helpen, dan doet hij dat omdat hij het zelf belangrijk vindt dat die ander het naar zijn zin heeft.
Terwijl we het hierover hebben, komt bij mij de vraag op hoe Joost met tegenslagen of beperkingen omgaat. Niemand kan tenslotte op basis van motivatie en discipline in álles beter worden. Als ik hem vraag hoe hij met beperkingen omgaat, blijft het even stil. En in die stilte denk ik plots weer aan een situatie in Joosts leven waar we het eerder over hebben gehad. Er is een belangrijk persoon in zijn leven die hij op dit moment niet rechtstreeks kan helpen zoals hij zou willen. Een situatie waar Joost duidelijk mee worstelt. Motivatie en discipline, weet ook Joost, hebben blijkbaar een grens; niet alles is maakbaar.

Helpen
Recentelijk heeft Joost een aantal kerkdiensten bezocht. In het gesprek zegt hij daarover dat de christelijke waarden in de verkondiging voor hem herkenbaar zijn, maar voor hem hoeft dat niet gekoppeld te worden aan bepalingen als ‘voor God’ of ‘in Jezus’ naam’. Iedereen die anderen helpt, doet dat vanuit een eigen levensovertuiging: ‘Er is toch geen goede reden om anderen niet te helpen?’ Op de vraag of er in zijn levensovertuiging ruimte is voor meer dan alleen het aardse, antwoordt Joost dat hij daar veel over heeft nagedacht en dat zijn antwoord is: ‘Ik weet het niet!’

Keuze
In het gesprek met Joost zijn twee onderwerpen voorbijgekomen die in gesprekken met buiten- of randkerkelijke jonge mensen vaker aan de orde komen:

  1. God is een open optie.
    Buiten- of randkerkelijken denken bij ‘geloven’ niet direct aan de God van de Bijbel of Jezus. Geloven is eerder een keuze maken of iets wel of niet aannemelijk is, of iets goed of fout is. En voor veel mensen tegenwoordig is (ingrijpende) keuzes maken iets wat nogal eens uitgesteld wordt. De vraag of er meer is dan alleen het aardse geeft vaak een opening voor een goed gesprek.
  2. Waarom Jezus?
    Van buiten- of randkerkelijke krijg ik regelmatig te horen dat het woordgebruik in de kerk vragen oproept. Bijvoorbeeld door een gebed af te sluiten met ‘in Jezus naam’. Dat komt zonder de toelichting uit Johannes 16:23b-27 over als een formule. En dat terwijl ‘in Jezus naam’ een diepe verbinding wil aangeven.
    Het goed verwoorden van de dingen die belangrijk zijn blijft in het contact met buiten- en randkerkelijken een uitdaging voor elke christen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teamleden van NGK Jeugdwerk