Menu

Dit verhaal kregen we bij NGK Jeugdwerk direct na de zomervakantie toegestuurd. Een mooie motivatie voor het komende seizoen! We mogen het van de schrijver met jou delen (uiteraard geanonimiseerd) en hopen dat het jou ook inspireert. Heb jij ook een mooi verhaal dat je met ons en onze lezers wilt delen? Mail ons!

In oktober 2016 kwamen er vier minderjarige Afghaanse jongens op ons pad die onafhankelijk van elkaar gevlucht waren uit Afghanistan en na een spannende reis, waarin ze veel ellende en doden gezien hadden, in Nederland aankwamen.

Na contact met verschillende Afghaanse (of Iraanse) christenen in Nederland, kwamen ze tot geloof in Jezus. Ondanks het feit dat ze steeds na enkele maanden weer naar een ander AZC (asielzoekerscentrum) in een andere plaats werden overgeplaatst, zochten ze steeds weer een kerk om meer te leren over Jezus en het christelijk geloof. In één van die kerken stonden ze op het punt om gedoopt te worden, maar omdat het AZC daar dicht ging werden ze plotseling overgeplaatst naar een ander AZC. Zo kwamen ze terecht in de woonplaats waar onze kerk staat. De vorige kerk zocht contact met ons zodat wij de jongen konden benaderen.

Elke zondag kwamen ze op hun fiets naar de kerkdienst. Hun Nederlands was nog niet zo goed en ze begrepen niet zoveel van de dienst, maar ze ervoeren rust en zagen blijdschap bij de christenen. Er werden vrolijke liederen gezongen, iets wat ze uit de moskee niet kenden en er zongen ook meisjes in de band. Daar moesten ze in het begin erg aan wennen. In Afghanistan mocht je amper naar een meisje kijken.

Ik had als jeugdouderling wel tijd om Bijbelstudie met hen te doen in het AZC met behulp van een tolk. Ik nam contact op met de missionair werker van de eerdere kerk en ontdekte dat ze daar gedoopt zouden zijn als ze niet ineens waren overgeplaatst. Ze hadden daar grondig dooponderwijs gehad.

In november 2016 was het jaarlijkse jeugdkamp en na enig overleg werd besloten dat ze mee mochten. Dit was zowel voor hen als voor de jongeren van onze kerk een onvergetelijk weekend. Tijdens het kringgebed op het eind, waarbij iedereen hand in hand stond, bad een van de jongens, stamelend in het Nederlands en met tranen in zijn ogen: Bedankt, God. Bedankt!”

Op 1 januari 2017 werden drie van de jongens in onze kerk gedoopt en deden ze belijdenis. De mensen die in voorgaande kerken een rol bij hun onderricht hadden gespeeld, konden daarbij aanwezig zijn. Dat het op 1 januari was, had te maken met het feit dat het AZC waar ze verbleven op korte termijn dicht zou gaan en ze wilden heel graag gedoopt worden (één jongen was al eerder gedoopt).

De week erop werden de jongens naar drie verschillende AZC’s gestuurd. Misschien goed om te vermelden dat geen van hen familie in Nederland of Europa had. We zochten voor hen weer een geschikte kerk in de verschillende woonplaatsen en dit lukte.

Van één jongen werd door de IND (immigratie- en naturalisatiedienst) geloofd dat hij christen is, van één jongen werd dat in tweede instantie door de IND geloofd en twee jongens werden niet geloofd. Het is hierbij goed om te weten dat je als Afghaan je christen-zijn in Afghanistan met de dood moet bekopen.

De jongens die geloofd werden, mochten naar een vaste verblijfsplaats en kregen een verblijfstatus. Eén van de andere jongens werd, zodra hij 18 jaar werd, overgeplaatst naar weer een nieuw AZC. Zijn “zaak” ligt nu bij de Hoge Raad. Eén van de jongens is niet geloofd in zijn christen-zijn en is verblijft illegaal op een geheime plek. Een vluchtelingenorganisatie helpt hem met een hernieuwde asiel aanvraag (HASA).

Bijzonder is dat drie van de vier weer terug zijn in onze kerk en recent ook officieel lid zijn geworden. Overbodig om te zeggen dat dit heel veel voor hen betekent! Zoals ze het zelf zeggen: “We hebben een nieuwe familie gekregen!” Hun familie in Afghanistan heeft hen verworpen omdat ze christen geworden zijn.

Afgelopen jaar zijn ze eens per twee weken naar onze jeugdgroep geweest. Ik vind het bijzonder om te zien hoe zeker ze zijn van hun geloof in Jezus! Dat werkt stimulerend op het over het algemeen veel minder zekere geloof van onze jongeren. Een voorbeeld: afgelopen jaar heeft de jeugdgroep (leeftijd 15-20 jaar) de onderwerpen van Youth Alpha behandeld. Tijdens één van de avonden werd de zogenaamde  “zwembadillustratie” behandeld. Op dat plaatje zie je een aantal mensen, zoals iemand die zwemt, iemand die op de duikplank staat, iemand die met zijn teen in het water voelt, twee mensen die langs de kant staan te praten, iemand die langs de kant een boek leest, enz. De vraag was: ‘Wie ben jij op dit plaatje?’ Toen de Afghaanse jongens door kregen wat de clou van het plaatje was, zeiden ze allemaal vol overtuiging: “Ik zwem in het water”. Met andere woorden: “Ik heb een relatie met Jezus”. Vervolgens vroegen ze waar de andere jongeren stonden. Dat was een bijzondere avond!

Inmiddels hebben zich nog twee Afghaanse jongens die inmiddels illegaal zijn, bij de jeugdgroep aangesloten. Ook zij hebben de liefde van Jezus en de kracht van vergeving ontdekt. Contact met de Nederlandse jongeren betekent heel veel voor hen. Ook doet één van de mensen uit onze kerk wekelijks Bijbelstudie met hen en doe ik regelmatig de Alpha Cursus met Farsi ondertiteling (hun taal) met hen en lezen ze het Alpha Cursus  boekje in het Farsi. Hun Nederlands wordt steeds beter, dus een tolk is steeds minder nodig. Ze helpen met het tuinteam van de kerk en staan als gastheer bij de ingang van de dienst om mensen welkom te heten. Recent heeft één van hen (in het Nederlands nog wel!) zijn getuigenis tijdens de dienst gegeven waarbij hij o.a. zei: “Als moslim was ik een slaaf van God, maar nu ben ik een zoon van God”.

Zelf heb ik van dit hele traject heel veel geleerd. Ik ben bijvoorbeeld ons christelijk geloof ook vanuit moslimogen gaan bekijken en begrippen als liefde en vergeving hebben voor mij een nieuwe dimensie gekregen.

Ik begrijp dat er mensen zijn die ‘fake christen’ worden om zo een status te krijgen (als christen word je in Afghanistan gedood). Het voelt voor mij onrechtvaardig dat zij over dezelfde kam geschoren worden terwijl ik hun oprechtheid zie omdat ik regelmatig met hen omga en bijvoorbeeld ook Bijbelstudie met hen doe.

En ik ontdek steeds meer hoeveel de Bijbel zegt over vreemdelingen, zoals in Mattheus 25:35 en volgende waar Jezus zegt: ‘Ik was vreemdeling en jullie namen me op ‘(in de NBG van 1951 staat: ‘en gij hebt Mij gehuisvest’).

Een Jeugdouderling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teamleden van NGK Jeugdwerk