Menu

Anneke (18 jaar) heeft belijdenis gedaan, volgt de opleiding tot verzorgende aan het ROC (niveau 3) en werkt enkele dagen per week in een verzorgingshuis voor ouderen. Ze leidt een volwassen leven, maar voelt zich in de kerk niet gekend, omdat ze ingedeeld wordt bij haar leeftijdsgenoten. Ze mist in de kerk de gelijkwaardige behandeling die ze in het dagelijks leven wel ontvangt.

Tijdens ons gesprek zie en voel ik haar verontwaardiging als ze zegt: ‘Daar kan ik niks mee!’ Deze reactie verwoordt hoe zij zich soms voelt in de kerk.
Met haar 18 jaar heeft ze al verschillende levenslessen geleerd, die ze toepast in haar werk in het verzorgingshuis. De belangrijkste levensles voor haar is: filteren. Dat leerde ze op het vmbo: onderscheid maken tussen wat klasgenoten zeiden en wat ook echt met haar te maken heeft. Door de groepsdruk heeft Anneke zich een tijdje aangepast aan de regels van de klas, waardoor ze aan zichzelf ging twijfelen. Dat vrat aan haar zelfbeeld. Uiteindelijk heeft ze geleerd te onderscheiden waar zij zich wel en waar zij zich niets van aan moest trekken. Nu kan ze goed omgaan met negatieve opmerkingen die feitelijk niets met haar te maken hebben.
Negatieve opmerkingen krijgt Anneke tegenwoordig bijvoorbeeld van de bewoners, die klagen over haar en haar collega’s. Ze ziet in dat de bewoners hun frustratie door verveling en eenzaamheid op haar afreageren. Omdat Anneke heeft geleerd te filteren, kan ze begripvol met de senioren omgaan. Ook op andere plekken filtert Anneke negatieve opmerkingen die ze hoort, maar vooral in haar gemeente vindt ze het commentaar verschrikkelijk. Met die negatieve opmerkingen wordt druk op haar uitgeoefend en oordelen gemeenteleden over elkaar.

Leefwereld

Zo wordt in de gemeente geoordeeld over zaken die Anneke minder belangrijk vindt: over de muziek in de kerk bijvoorbeeld, en of je één of twee keer naar de kerk gaat. Voor Anneke zijn we nu eenmaal allemaal anders en dat is mooi.
Om duidelijk te maken wat ze met verschillen bedoelt, noemt ze een goede vriend die na het vwo ging studeren. Hij leeft in haar ogen in een andere wereld, met andere verantwoordelijkheden en andere zorgen. Zij leeft in een volwassen wereld met de verantwoordelijkheid voor andere mensen, hij in een studentenwereld met de verantwoordelijkheid om in de opleiding te presteren. Dat verschil lijken volwassenen met kinderen op het vwo of in het hoger onderwijs nauwelijks te zien. Die verschillende leefwerelden roepen ook andere geloofsvragen op. Anneke komt in haar werk regelmatig in aanraking met de dood, terwijl haar vriend geconfronteerd wordt met de veronderstelde antithese tussen wetenschap en geloof. Daarover spreken ze als vrienden met elkaar, om van elkaar te leren.

Gelijkwaardig

De ruimte die ze elkaar geven als vrienden, ervaart ze in de gemeente niet echt van volwassenen. Ze voelt zich door de volwassenen in de kerk te snel en te makkelijk aangesproken vanuit een houding van ‘ach meisje’. En daar kan ze niets mee. Op school, in haar werk en onder vrienden wordt ze als gelijkwaardige volwassene behandeld. Dat mist ze in de gemeente.
Anneke ziet overeenkomsten tussen haar vmbo-tijd en de gemeente. In de gemeente wordt ze aangesproken op basis van haar leeftijdsgroep, zoals een leraar een klas aanspreekt. En in de gemeente moet ze meedoen met ‘de groep’, zoals haar klas niet accepteerde dat ze eigen keuzes maakte. Maar ze ervaart haar vrijheid als belijdend christen juist in haar eigen relatie met God; misschien niet volgens de letter van de gemeente, maar wel volgens de geest van het evangelie.

Tradities

Anneke vraagt aandacht voor de waarden van het respecteren van elkaars eigenheid en het gezien worden als persoon, ook in de kerk. Het was inspirerend om van haar te horen hoe ze reacties in haar gemeente filtert. Ik heb het ervaren als een gelijkwaardig gesprek tussen twee volwassenen die herkenning bij elkaar vonden in wat echt belangrijk is. Zoals:
1. Oordeel niet.
Lukas 6:37 gaat over het denken en praten over mensen buiten je eigen groep. Het evangelie schrijft niet maar één manier, één vorm voor. Dus geef jongvolwassenen de ruimte om op andere manieren bezig te zijn en zoek naar wat jullie verbindt in Christus, niet naar wat je anders doet.
2. Durf in vrijheid met regels om te gaan.
Vanaf Matteüs 5:17 gaat Jezus in op de wet en op door mensen bedachte tradities. Tradities geven zekerheid en herkenbaarheid in het leven, maar zijn niet boven Gods bedoelingen verheven. Door aansluiting te zoeken bij de hedendaagse cultuur wordt de inhoud van het evangelie geen geweld aangedaan, hooguit veranderen er enkele tradities.
3. Laat mensen hun verhaal vertellen.
De Bijbel staat vol voorbeelden van mensen die hun dagelijkse zorgen kwamen delen met Jezus, de discipelen en de apostelen. Daarin komt steeds naar voren dat het evangelie aansluit bij dat persoonlijke verhaal. Er wordt geluisterd en mensen kunnen hun verhaal kwijt. Dat is vandaag nog steeds de beste manier om tot een goed gesprek te komen.

Anneke is vanwege  haar privacy niet haar echte naam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teamleden van NGK Jeugdwerk